Nete en Kleine Nete

Meer ruimte voor water, natuur en biodiversiteit

Van een vogelparadijs in de Polder van Lier tot nieuwe wetlands en vloedvlaktes

Langs de Nete en Kleine Nete werken we aan een vallei die beter bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering. Door meer ruimte te creëren voor water, natuur en natuurlijke rivierprocessen groeit het gebied geleidelijk uit tot een robuust landschap waar waterveiligheid en biodiversiteit elkaar versterken. De resultaten worden steeds zichtbaarder. In de Polder van Lier strijken honderden water-, moeras- en rietvogels neer. Vanaf de dijk kijken bezoekers uit over een landschap dat uitgroeide tot een waar vogelparadijs, met zelfs broedgevallen of broedpogingen van bijzondere soorten als roerdomp, woudaap en lepelaar. Ook de kwabaal krijgt er opnieuw kansen. (Foto: Polder van Lier in 2026, ©INBO)

Pikhaken in 2026, ©Vilda

Vogelparadijs en kraamkamer voor de kwabaal

De Polder van Lier bewijst steeds meer haar waarde als natuurgebied én als gecontroleerd overstromingsgebied. De natte graslanden, rietkragen, sloten en waterpartijen trekken grote aantallen vogels aan. Honderden water-, moeras- en rietvogels vinden er voedsel, rust en geschikte broedplaatsen. Onder meer roerdomp, woudaap en lepelaar waagden er al een broedpoging. Ook voor recreanten op de dijk levert dat een bijzonder schouwspel op.

In het voorjaar van 2025 werden bovendien meer dan een half miljoen larven van de kwabaal uitgezet. Deze bijzondere vissoort verdween in de vorige eeuw uit België door de slechte waterkwaliteit en het verlies aan geschikte leefgebieden. Dankzij jarenlange inspanningen van natuur- en waterbeheerders krijgt de soort opnieuw kansen. De sloten en waterpartijen van de Polder van Lier vormen een geschikte kraamkamer waar jonge kwabalen kunnen opgroeien.

Kwabaal, ©Rollin Verlinde

Polder van Lier

Anderstadt en Hof van Lachenen

Voorbereiding van nieuwe wetlands

Voor de zone stroomafwaarts van Lier, met de Polder van Lier, Anderstadt en Hof van Lachenen, werden de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangepast. De Vlaamse regering keurde ze in 2025 definitief goed. Momenteel onderzoeken we hoe we in Anderstadt en Hof van Lachenen wetlands kunnen aanleggen die geschikt zijn voor onder meer de roerdomp. Daarbij houden we rekening met de aanwezige bodemverontreiniging en zoeken we naar een haalbare en kostenefficiënte inrichting. Zo vormt de studie de basis voor een volgende stap in de natuurontwikkeling stroomafwaarts van Lier.

Anderstadt in 2026, ©Vilda

Varenheuvel-Abroek

Op weg naar een nieuw wetlandgebied

Ook in Varenheuvel-Abroek zetten we verdere stappen. Het projectgebied strekt zich uit over delen van Nijlen, Grobbendonk en Zandhoven en krijgt verschillende landschappen met elk hun eigen natuurdoelen. In het westen komt de natste zone, met moerassen en waterpartijen die een geschikte leefomgeving vormen voor het porseleinhoen. In het centrale deel versterken we het open landschap met graslanden voor soorten als de kwartelkoning. De oostelijke uitloper biedt dan weer ruimte voor bosontwikkeling.

Samen met lokale landbouwers voeren we intussen een omvormingsbeheer uit: van hooilanden naar schralere, bloemrijke graslanden. Tegelijk werken we verder aan het ruimtelijk uitvoeringsplan dat de toekomstige inrichting mogelijk moet maken.

Varenheuvel-Abroek in 2026, ©Vilda

Mondingsgebied Grote Nete

Voorbereiding van nieuwe vloedvlaktes

Ook voor het mondingsgebied van de Grote Nete werd het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief goedgekeurd door de Vlaamse regering. Daarmee kan de voorbereiding van nieuwe vloedvlaktes een volgende fase ingaan. Eerst starten we de vergunningsprocedures voor de drie meest stroomopwaartse vloedvlaktes: twee op de rechteroever in Nijlen en één op de linkeroever in Berlaar. Samen versterken ze de eerder aangelegde vloedvlaktes 6 en 7. Bij hoge waterstanden kunnen deze gebieden tijdelijk water opvangen en zo de omliggende regio beter beschermen. Tegelijk ontstaat bijkomende natte natuur langs de rivier.

De meer stroomafwaartse vloedvlaktes volgen later. Op de linkeroever zijn daarvoor nog grondaankopen en verder onderzoek nodig. Op de rechteroever moeten eerst enkele percelen worden verworven en drie visclubs een nieuwe plek krijgen. Met twee van die visclubs worden intussen concessieovereenkomsten voorbereid. In afwachting van hun verhuizing kunnen zij hun activiteiten voortzetten. Op termijn verhuizen ze naar een nieuw hengelsportcentrum aan de Hierbeemdenweg. De aanleg van de nieuwe hengelvijvers maakt deel uit van het ruimtelijke traject voor Varenheuvel-Abroek.

Sigmaprojecten in de kijker