Filip Boelaert en Goedele Van der Spiegel

Interview

Goedele Van der Spiegel en Filip Boelaert over 50 jaar Sigmaplan, natte natuur en de volgende grote sprong

“We hebben geleerd dat je water niet altijd moet tegenhouden”

Fietsers op de dijk. Blauwe reigers in de verte. Riet dat beweegt in de wind. Wie vandaag door de Polders van Kruibeke wandelt of fietst, ziet vooral een indrukwekkend landschap: open, waterrijk en vogelrijk. Het is moeilijk voor te stellen dat dit gebied ooit vooral bekendstond om protest, procedures en wantrouwen. Net daarom is Kruibeke een betekenisvolle plek voor dit dubbelinterview. De Polders beschermen Vlaanderen als gecontroleerd overstromingsgebied en laten in bepaalde zones via gereduceerd getij elke dag Scheldewater in en uit. Zo ontstaan slikken en schorren, terwijl het gebied bij stormtij ook water kan bergen. Kortom, een landschap waar veiligheid, natuur, landbouw, recreatie en lokale trots elkaar niet langer uitsluiten.

Tussen de dijken en de natte natuur blikken Goedele Van der Spiegel, administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos, en Filip Boelaert, gedelegeerd bestuurder van De Vlaamse Waterweg nv, terug én vooruit. Hun organisaties voeren samen het Sigmaplan uit. Binnenkort bestaat dat plan vijftig jaar. De vraag is niet alleen wat er in die halve eeuw is gerealiseerd, maar vooral wat Vlaanderen eruit heeft geleerd. Want klimaatverandering maakt de opdracht urgenter dan ooit: meer stormtij, meer piekdebieten, meer droogte. En dus ook: meer nood aan ruimte, samenwerking en keuzes die niet altijd gemakkelijk zijn.

Als u het Sigmaplan vandaag in één zin moet uitleggen, wat zegt u dan?

Filip Boelaert: “In drie woorden: ruimte voor water. Vroeger was het de gewoonte om dijken te verhogen en rivieren recht te trekken. Daardoor zorgden we er eigenlijk voor dat het water nog krachtiger het binnenland in stroomde. Op een bepaald moment hebben we die omslag gemaakt: laten we de rivier opnieuw ruimte geven en water laten overstromen in gebieden die daarvoor bedoeld zijn. Daar is natuurontwikkeling mee gepaard gegaan. Die gebieden hebben een functie als overstromingsgebied: soms zijn ze drassig, soms staan ze onder water, en daardoor ontstaat waardevolle natuur. Dat is voor mij wat het Sigmaplan vandaag is. We geven ruimte aan water, creëren daar natuur mee én maken tegelijk mooie gebieden waar mensen graag wandelen en fietsen.”

Goedele Van der Spiegel: “Dat is inderdaad de kern. We creëren veiligheid met een natuurgebaseerde oplossing. Dat is het verschil met vroeger, toen men vooral rivieren indijkte en probeerde af te schermen. Vandaag zien we dat het anders kan én dat het werkt. Waterveiligheid en waterzekerheid blijven de belangrijkste doelstellingen, maar we nemen natuurherstel mee. Natte natuur heeft heel wat voordelen: ze buffert water bij storm en hevige regen, houdt water beschikbaar in droge periodes, slaat CO₂ op, zuivert water en creëert leefgebied voor planten en dieren. Daarvoor moet je wel op voldoende grote schaal werken. We kijken niet naar één perceel, maar naar de hele vallei.”

Is dat de grootste omslag: niet langer alles proberen wegduwen, maar water opnieuw toelaten?

Boelaert: “Ik denk het wel. Maar je moet niet onderschatten wat dat betekent. Je moet mensen uitleggen dat gronden waarover ze beschikken, die ze soms al jarenlang pachten of gebruiken, zullen worden ingezet om te overstromen. Dat is voor landbouwers, bewoners of hobbytuiniers geen evident verhaal. Zij begrijpen niet altijd meteen waarom ze hun grond moeten afstaan om water te laten overstromen. Intussen zijn de voordelen zichtbaar. Je ziet mooie natuurontwikkeling, met bijvoorbeeld begrazingsprojecten die veel succes en bijval kennen. Maar bovenal krijg je een veiliger Vlaanderen. Na vijftig jaar kunnen we dat heel duidelijk aantonen.”

Brengt die aanpak ook aantoonbaar iets op?

Boelaert: “Ja, absoluut. Tijdens de sinterklaasstorm van 2013 werd in Antwerpen een waterstand van 7,30 meter gemeten. Zonder het Sigmaplan was Antwerpen overstroomd, en vermoedelijk ook een aantal gebieden verder stroomopwaarts. Het water stond toen ongeveer even hoog als bij de ramp van 1976 in Ruisbroek. Plaatsen als Hamme en Ruisbroek overstroomden vroeger regelmatig. Een vloedgolf trekt het land in en wordt onderweg hoger. De hoogste waterstanden liggen niet noodzakelijk in Antwerpen zelf, maar verder stroomopwaarts. Daar is de beveiliging dus bijzonder belangrijk. Door water gecontroleerd in naastliggende gebieden te laten stromen, verlaag je de top van de vloedgolf en verklein je het probleem.”

Van der Spiegel: “Dat is inderdaad soms moeilijk zichtbaar te maken. Mensen zien het directe veiligheidsvoordeel niet altijd, precies omdat het niet meer overstroomt. Maar de andere voordelen zijn wél elke dag zichtbaar: natuur, recreatie, verkoeling, een aangename leefomgeving... Mensen plukken daar rechtstreeks de vruchten van.”

Boelaert: “Het uitblijven van overstromingen is op zichzelf het bewijs. De voorbije jaren zijn er verschillende zware stormtijen geweest. Zonder het Sigmaplan hadden die tot overstromingen geleid.”

Het Sigmaplan begon bij overstromingsgevaar. Is het intussen een groter klimaatverhaal geworden?

Van der Spiegel: “Ja. Het Sigmaplan is een van de sterkste klimaatadaptieve trajecten die Vlaanderen heeft. We investeren tegelijk in verschillende maatschappelijke doelstellingen: veiligheid, waterzekerheid, natuur, recreatie, leefkwaliteit. Daarnaast wordt de droogteproblematiek steeds nadrukkelijker. De Loire stond recent historisch laag, maar ook de Vlaamse waterlopen kampen met droogte. Als we water langer kunnen vasthouden, kunnen we ook een deel van die zomerproblematiek opvangen. De combinatie van bescherming tegen overstromingen en meer weerbaarheid tegen droogte maakt het Sigmaplan bijzonder.”

Boelaert: “Vijftig jaar geleden werd gewerkt met andere verwachtingen. Vandaag staat vast dat het klimaat verandert en dat we ons daarop moeten voorbereiden. Het gaat niet alleen over warmere periodes. We zien extremere weersfenomenen: langer aanhoudende droogtes, zwaardere stormen en grotere hoeveelheden neerslag. Denk aan de waterbom in de provincie Luik. Daar zag je wat er kan gebeuren als een rivier geen ruimte krijgt. Het water stroomt dan met volle kracht door, met alle gevolgen van dien. Het Sigmaplan vertrekt net vanuit een andere logica: water opvangen waar het kan, zodat je de schade elders beperkt.”

Kruibeke was ooit een symbool van weerstand. Wat zegt dat over grote projecten?

Boelaert: “De Polders van Kruibeke hebben meer dan twintig jaar geduurd. Er waren protesten en zelfs bewonersvergaderingen met politiebegeleiding. Ook het lokale bestuur stond eerst niet achter het project. Het was een van de eerste ingrepen op die schaal. Vandaag kunnen we tonen wat we hebben gedaan en dat het werkt.”

Van der Spiegel: “Zo’n traject vraagt tijd. Vertrouwen moest groeien. Daar hebben veel partners samen aan gewerkt. Bij de haven, landbouwers en buurtbewoners is dat vertrouwen stap voor stap gegroeid, waardoor we telkens een volgende stap konden zetten. Ook bij toekomstige gebieden zal dat tijd vragen. Gelukkig lopen we met de voorbereiding voor op wat er op ons afkomt.”

Boelaert: “Het gaat altijd over iemands tuin, akker of weide. Dat is heel persoonlijk en dat moeten we begrijpen. Tegelijk moet je soms een beslissing nemen om de veiligheid te verhogen. Dan moet je met de betrokken mensen zoeken naar een akkoord of een alternatief. Persoonlijk iets opofferen voor een maatschappelijk doel is niet evident. Iedereen wil verandering, maar niemand wil zelf veranderen. Dat spanningsveld blijft bestaan.”

Wanneer dacht u: hier zie je echt wat het Sigmaplan mogelijk maakt?

Boelaert: “Hoeveel voorbeelden wil je? (lacht) Het dichtstbijzijnde is het gebied achter ons: de Polders van Kruibeke. Die zijn schitterend heringericht. Door de instroom van het getij ontwikkelt zich hier een heel eigen estuariene natuur. Je ziet vogels terugkeren die je vroeger niet zag. Vanmorgen fietste ik langs de overstromingsgebieden in Tielrode en zag ik al vroeg reigers en andere vogels die daar vroeger nauwelijks voorkwamen. Je ziet de natuur terugkeren én mensen ervan genieten. Meer om trots op te zijn heb ik niet nodig.”

Van der Spiegel: “Langs de Demer zijn de Kloosterbeemden in Zichem een mooi voorbeeld. Daar hebben we historische vervuiling weggewerkt en tegelijk maatregelen genomen voor de waterveiligheid. Het gebied helpt Zichem droog te houden. Mensen kunnen er nu ook wandelen, wat vroeger niet kon. Ook daar komen natuur, sanering, waterveiligheid en recreatie samen. Een ander sterk voorbeeld is het Nationaal Park Scheldevallei. Daar komen landbouw, recreatie, erfgoed, natuur en water samen. Het hart van dat Nationaal Park bestaat voor een belangrijk deel uit Sigmaplangebieden. Dat toont hoe het Sigmaplan niet alleen losse gebieden maakt, maar een hele vallei een nieuwe identiteit kan geven.”

Wat maakt natuurherstel binnen het Sigmaplan anders dan een klassiek natuurproject?

Van der Spiegel: “De schaal. Het gaat niet om een klein natuurgebiedje of een ingreep op één perceel. Het Sigmaplan herstelt delen van een volledig riviersysteem. Je kijkt naar bodem, waterlagen, oevers, de omliggende landbouwgebieden, de dorpen, het beheer, de recreatie. Alles hangt samen. Dat systeemdenken is voor mij de belangrijkste innovatie in natuurherstel. We kunnen dat maar op weinig plaatsen in Vlaanderen op deze schaal doen. Maar wat we hier leren, proberen we ook elders toe te passen. En de natuur reageert snel als ze opnieuw ruimte krijgt. In Sigmaplangebieden keren soorten terug zodra het landschap opnieuw de juiste voorwaarden krijgt: water, rust, voedsel en verbinding. Rietvogels, weidevogels, vissen en roofvogels worden zo graadmeters voor een systeem dat opnieuw begint te werken. Het zegt iets over het volledige ecosysteem.”

Is natuur hier dan nog wel een doel op zich, of vooral een oplossing?

Van der Spiegel: “Allebei. Ik hoop dat we dit over twintig jaar niet meer apart ‘natuurherstel’ hoeven te noemen, maar gewoon spreken over geïntegreerde projecten waarin natuurgebaseerde oplossingen vanzelfsprekend deel uitmaken van het verhaal. Natuurherstel mag geen toevoeging achteraf zijn. Binnen het Sigmaplan is dat eigenlijk al zo. Het plan kan niet meer zonder natuur. Natuur is hier niet alleen aanwezig om ecologische doelstellingen te halen. Ze dient ook maatschappelijke doelen: water bufferen, droogte temperen, koolstof opslaan, verkoeling brengen, leefkwaliteit verhogen. Het mooie is dat dit vanuit de kerndoelstelling veiligheid is gegroeid. Tegen veiligheid is niemand. Mensen die zich afvragen waarom ze voor natuur zouden moeten wijken, kan je soms overtuigen wanneer je uitlegt dat het gebied hen tegen water beschermt. Omgekeerd krijgen mensen die vooral waterveiligheid belangrijk vinden er een natuurgebied bij. De doelstellingen versterken elkaar.”

Is samenwerking misschien de grootste innovatie van het Sigmaplan?

Van der Spiegel: “Ik vind het Sigmaplan een voorbeeld van hoe we veel vaker zouden moeten werken in Vlaanderen. Verschillende maatschappelijke belangen worden samengebracht en als één geheel benaderd. Voor mij is dat de moderne overheid. Natuurlijk moeten we ook leren uit wat minder goed gaat. Maar de richting is juist. Een geïntegreerde aanpak zal steeds meer nodig zijn.”

Boelaert: “Dat geldt niet alleen voor de samenwerking tussen overheidsorganisaties, maar ook voor de omgang met de maatschappij en de omgeving: burgers, landbouwers en belangengroepen. Voor complexe uitdagingen hebben we die integrale manier van werken veel vaker nodig. Je moet bovendien op voldoende grote schaal werken. Als je het te klein aanpakt, kun je moeilijk draagvlak creëren en blijft ook het maatschappelijke belang beperkter. Dat is een belangrijke les van het Sigmaplan.”

Kijkt het buitenland mee?

Boelaert: “Mensen komen van overal kijken hoe wij het aanpakken, omdat het principe om een rivier ruimte te geven nog niet zo vaak wordt toegepast. Zelfs Nederlandse delegaties komen bekijken wat we hier doen. Maar er is ook belangstelling uit onder meer Vietnam, Thailand en het stroomgebied van de Mekong. Recent kwam hier nog een Chinese delegatie langs. Traditioneel was de reflex om dijken te verhogen en rivieren recht te trekken. Wij hebben geleerd dat je net ruimte aan de rivier moet geven. Dat trekt internationaal de aandacht.”

Van der Spiegel: “Het innovatieve zit niet alleen in de techniek, maar ook in de systeembenadering. We nemen het volledige riviersysteem vast, in plaats van voor één soort, één perceel of één belang te werken. Dat is een andere manier van denken. Voor een volgende fase van het Sigmaplan – het Sigmaplan 3.0 – zal het nog belangrijker worden om op het ritme en volgens de logica van de rivier te werken.”

Het Sigmaplan speelt niet alleen in open valleien. Wat gebeurt er in de stad?

Boelaert: “Zowel in een natuurlijke als in een stedelijke omgeving zie je dat het Sigmaplan meerdere doelstellingen kan verbinden. Wat aan de Scheldekaaien in Antwerpen gebeurt, is geen modeprojectje. Het is hard core waterbescherming. De waterkering wordt er verhoogd omdat dat nodig is om de stad te beschermen. Tegelijk wordt die ingreep gecombineerd met een stedenbouwkundige aanpak die er goed uitziet en de beleving voor de burger versterkt. Zodra je veiligheid in een stedelijke omgeving moet realiseren, ontstaan innovatieve systemen op maat. Een voorbeeld is de mobiele waterkering van meer dan 800 meter, die door stijgend water vanzelf omhoogkomt. Daar zijn geen machines voor nodig én zo wordt de stad een innovatielaboratorium.”

Welke innovatie vat de toekomst van het Sigmaplan het best samen?

Boelaert: “Voor waterveiligheid is de samenwerking voor mij de belangrijkste innovatie: het feit dat je verschillende doelstellingen hand in hand realiseert. Als ik één technische innovatie moet noemen, dan is het die mobiele waterkering aan de Scheldekaaien. De vraag was hoe we de stad konden beschermen zonder een systeem te bouwen dat op het cruciale moment kan falen. Door gebruik te maken van de kracht van het water zelf, kan de kering autonoom opdrijven. Dat is heel bijzonder. Achteraf lijkt zo’n oplossing eenvoudig, maar het vooraf bedenken, ontwerpen en inpassen in een aantrekkelijke publieke ruimte is indrukwekkend.”

Van der Spiegel: “Voor natuurherstel is het systeemdenken de belangrijkste innovatie. We vertrekken van de logica van het volledige riviersysteem. Dat betekent: bodem, water, oevers, de ruimere omgeving en de manier waarop mensen het landschap gebruiken. We benaderen dat als één groot systeem. Het Sigmaplan toont dat natuurherstel niet los hoeft te staan van veiligheid, landbouw, recreatie of lokale economie. Dat vind ik vernieuwend.”

Waar liggen nog verbeterpunten?

Van der Spiegel: “Voor mij gaat het altijd te traag. Tegelijk is tijd nodig om vertrouwen op te bouwen en moeten we dat proces respecteren. Maar als we dit tempo aanhouden, hoop ik dat we niet te laat komen voor de klimaatuitdagingen die op ons afkomen. Minstens dit tempo moet behouden blijven; eigenlijk zouden we nog een tandje moeten bijsteken, zowel voor waterveiligheid als voor natuur.”

Boelaert: “Het mag altijd sneller. Dat is geen frustratie, maar wel een bezorgdheid. Je ziet dat het sneller zou moeten en kunnen. Als overheid werken we binnen een budgettaire context waarin versnellen moeilijk is. Daarnaast zijn er procedures en intensief overleg. Als we die processen sneller kunnen laten verlopen, zou dat een bonus zijn – niet alleen voor het programma, maar voor heel Vlaanderen. De voordelen van wat we vandaag bouwen, zijn soms pas morgen zichtbaar. Juist daarom moeten we nu blijven investeren.”

Is recreatie een neveneffect, of intussen een deel van het succes?

Boelaert: “Een voordeel dat we nog onderschatten! Tien jaar geleden was hier nauwelijks iets. Vandaag komen heel veel mensen naar het gebied. Terwijl ik daarnet wachtte, zag ik voortdurend fietsers passeren. Dat is echt een nieuw gegeven. Ik merk hetzelfde wanneer ik op zondag ga fietsen. Ik woon vlak bij een dijk en kan vijftig tot zestig kilometer rijden zonder de dijk te verlaten. Tegen tien uur komen de wandelaars en fietsers massaal op gang.”

Van der Spiegel: “Het Sigmaplan ondersteunt hier ook de Barbiergidsen, een grote groep lokale vrijwilligers die geregeld gratis wandelingen organiseert. Het gebied is op die manier echt teruggegeven aan de buurt. Die meerwaarde komt nog te weinig naar voren: de beleving, maar ook het gezondheidseffect van mensen die opnieuw bewegen in hun eigen omgeving en naar buiten komen.”

Boelaert: “En dan is er nog de lokale economie. Brasseries en cafés in de buurt van overstromingsgebieden krijgen op mooie zondagen heel wat bezoekers. Ook dat is maatschappelijke meerwaarde.”

Binnenkort is het Sigmaplan vijftig jaar oud. Wat moet de volgende sprong worden?

Boelaert: “De volgende stap is vooruitkijken: welke klimaatuitdagingen komen op ons af? We moeten die scherpstellen en vervolgens voorstellen welke maatregelen binnen een volgende fase nodig zijn. Daarna moet zo’n voorstel ook in een bestuurlijk beslissingsproces terechtkomen. Dat is de uitdaging voor de komende jaren. Er ligt nog geen timing vast, maar het plan van aanpak is heel belangrijk. We weten hoeveel tijd het vraagt om dergelijke ingrepen maatschappelijk en politiek aanvaard te krijgen en om er budget voor vrij te maken. Daarom hebben we geen tijd te verliezen. Het voorbereidende traject loopt alvast.”

Van der Spiegel: “Vanuit natuurperspectief moet een volgende stap nog sterker vertrekken vanuit systeemherstel: ruimte voor water, robuuste natte natuur, verbinding tussen gebieden, aangepast beheer en langdurige monitoring. Het gaat erom gebieden zo in te richten dat ze meerdere functies tegelijk vervullen: veiligheid, biodiversiteit, klimaatbuffering en leefkwaliteit.”

Welk misverstand over het Sigmaplan zou u graag rechtzetten?

Boelaert: “Mensen vragen soms waarom gronden in hun gemeente moeten worden ingezet om een andere stad of gemeente te beschermen. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Langs de Schelde en haar zijrivieren wordt vrijwel élke gemeente op een of andere manier veiliger door het geheel van maatregelen. We doen het niet alleen voor een andere stad; ook jouw eigen gemeente profiteert. Overleg, communicatie en sensibilisering zijn nodig om het Sigmaplan de komende jaren maatschappelijk, bestuurlijk en financieel gedragen te houden.”

Van der Spiegel: “Een ander misverstand is dat natuur iets zachts of een luxe-issue zou zijn. Dat is niet zo. Natuur maakt deel uit van de oplossing en moet geïntegreerd worden bekeken. Het is niet alleen iets voor de happy few. Als we onze doelstellingen willen halen, is natuur noodzakelijk. Dat neemt niet weg dat ingrepen impact hebben, vooral op landbouw. Ook daar proberen we samen oplossingen te vinden.”

Waar moet het Sigmaplan over twintig jaar voor bekendstaan?

Van der Spiegel: “Ik hoop dat waterveiligheid dan zo vanzelfsprekend is en dat overstromingen zo uitzonderlijk zijn geworden, dat mensen zich afvragen hoe het ooit anders kon zijn. Daarnaast hoop ik dat het Sigmaplan als voorbeeld geldt voor een nieuwe manier van werken van overheid en partners: verschillende stakeholders die samen één geïntegreerd maatschappelijk verhaal maken.”

Boelaert: “Voor mij moet waterrobuustheid dan vanzelfsprekend zijn, zowel bij overstromingen als bij droogte. En die robuustheid moet hand in hand gaan met natuur, beleving en andere maatschappelijke doelstellingen.”

Wat geeft u vertrouwen?

Boelaert: “Wat mij het meeste vertrouwen geeft, is de uitgebreide monitoring. We laten het project niet los: we blijven opvolgen en meten, en spelen in op veranderende omstandigheden. Die wendbaarheid is bijzonder belangrijk en moeten we de komende jaren vasthouden. Ik ben dan ook heel trots op alle mensen die de plannen op het terrein hebben gerealiseerd: de mensen die naar bewonersvergaderingen gingen, de bouwwerken mogelijk maakten en de vele moeilijkheden onderweg hebben opgelost. Zij verdienen een pluim. Zonder hen stonden we vandaag niet waar we staan.”

Van der Spiegel: “De monitoring toont bovendien dat de aanpak werkt. We zien snel resultaten, zowel voor waterveiligheid als voor natuur. Dat bewijst dat het Sigmaplan goed is ontworpen en op een goede manier wordt uitgevoerd. Ook de terugkeer van soorten zoals de otter is daar een zichtbaar teken van. De kern is dat waterveiligheid, natuurontwikkeling, innovatie en maatschappelijke meerwaarde niet naast elkaar hoeven te bestaan, maar elkaar kunnen versterken. Dat is de grote les van het Sigmaplan. En dat is ook de richting voor de toekomst.”

Interviews