Hendrik Schoukens

Interview

Professor Hendrik Schoukens over waterveiligheid, natuurherstel en de juridische lessen van het Sigmaplan

“Milieurecht moet niet alleen beschermen, maar ook verandering mogelijk maken”

Milieurecht wordt vaak voorgesteld als een rem op grote projecten. Maar bij het Sigmaplan vervult het ook een heel andere rol: het biedt een juridische basis om natuur te herstellen, ruimte te geven aan water en mensen beter te beschermen tegen overstromingen en klimaatverandering. Dat neemt niet weg dat projecten zorgvuldig moeten worden voorbereid en soms botsen op lokale bezorgdheden. Volgens professor Hendrik Schoukens toont het Sigmaplan hoe milieurecht tegelijk kan begrenzen én mogelijk maken. (Foto: ©Groen)

Meer ruimte geven aan water klinkt vandaag logisch. Maar dat is niet altijd zo geweest. Vlaanderen werd eeuwenlang droger gemaakt: rivieren werden ingedijkt, moerassen drooggelegd en water zo snel mogelijk afgevoerd. Natte natuur gold lange tijd als ‘ongewenste natuur’. Nu klimaatverandering ons confronteert met zowel wateroverlast als droogte, kantelt die visie.

Het Sigmaplan illustreert die omslag. Gecontroleerde overstromingsgebieden, wetlands en getijdennatuur moeten Vlaanderen beschermen tegen overstromingen en tegelijk verloren natuur herstellen. Deze projecten dienen een breed maatschappelijk belang, maar kunnen lokaal ook ingrijpend zijn. Landbouwgrond verandert van bestemming, vertrouwde landschappen worden hertekend en omwonenden vrezen soms overlast. Dan komt het milieurecht in beeld. Legt dat vooral bijkomende regels en procedures op? Of helpt het net om noodzakelijke projecten mogelijk te maken en juridisch te beschermen?

Volgens professor Hendrik Schoukens, gespecialiseerd in milieurecht en biodiversiteitsrecht aan de Universiteit Gent, is het antwoord dubbel. “Milieurecht verplicht overheden om effecten zorgvuldig te onderzoeken. Maar het biedt tegelijk een stevige juridische basis voor natuurherstel en klimaatadaptatie. Het Sigmaplan toont heel goed hoe die twee kanten samenkomen.”

©Sebastien Steveniers

Wordt milieurecht vaak ten onrechte als een hinderpaal gezien?

“Milieurecht wordt in het publieke debat inderdaad vaak voorgesteld als een verzameling regels die projecten vertragen. Maar bij het Sigmaplan zie je dat het ook een hefboom is. Het recht beschermt niet alleen bestaande natuur. Het bevat ook verplichtingen om natuur te herstellen, nieuwe natuur te ontwikkelen en mensen beter te beschermen tegen overstromingen en andere gevolgen van klimaatverandering. Dat betekent natuurlijk niet dat een project zomaar uitgevoerd kan worden omdat het een goed doel dient. Ook een natuurherstelproject moet zorgvuldig worden voorbereid. Je moet mogelijke effecten onderzoeken, alternatieven bekijken en rekening houden met hinder voor omwonenden. Maar wanneer dat degelijk gebeurt, kan het milieurecht net helpen om het maatschappelijk belang van zo’n project juridisch te verankeren.”

“Een interessant voorbeeld zijn de rechtszaken over knijten in de omgeving van enkele overstromingsgebieden. Omwonenden voerden aan dat de aanleg van natte natuur tijdelijk een gunstiger leefgebied voor knijten creëerde en daardoor bovenmatige burenhinder veroorzaakte. Die dossiers zijn juridisch boeiend. De rechters hebben de klachten niet zomaar weggelachen. Ze hebben gekeken naar de mogelijke hinder, het oorzakelijke verband met de werken en de specifieke omstandigheden van de omgeving. Tegelijk hielden ze rekening met het feit dat de overstromingsgebieden waren vastgelegd in ruimtelijke plannen en een ruim maatschappelijk belang dienen. De aanleg gebeurde niet willekeurig. Ze paste binnen het Sigmaplan, diende de waterveiligheid en droeg bij aan Europese verplichtingen rond natuurbehoud en natuurherstel. In de zaken waarover we het hebben, hielden de projecten stand voor de rechter.”

Wat zegt dat over onze veranderende kijk op natte natuur?

“Dat is misschien wel het interessantste. Vijftig jaar geleden werden moerassen, draslanden en overstromingsgebieden vooral gezien als plekken die moesten worden drooggelegd. Drainage gold bijna als goed burgerschap. We hebben Vlaanderen systematisch droger gemaakt en rivieren tussen dijken geduwd.

Vandaag beseffen we dat dit model grenzen heeft. We krijgen tegelijk te maken met langdurige droogte, intense neerslag en overstromingsrisico’s. Water altijd zo snel mogelijk afvoeren, blijkt geen duurzame oplossing. In de recente rechtspraak zie je dat bewustzijn terug. Een overstromingsgebied wordt niet meer automatisch gezien als slecht beleid omdat er water of moeras vlak bij woningen komt. De rechter begrijpt steeds beter dat ruimte voor water juist deel kan uitmaken van goed bestuur en van de bescherming van de bevolking.”

Betekent het algemeen belang dat mogelijke hinder minder zwaar weegt?

“Nee. Het algemeen belang is geen vrijgeleide. Je moet hinder nog altijd ernstig nemen. Een overheid kan niet zeggen: ‘Dit is een natuurproject, dus alle nadelige gevolgen zijn automatisch aanvaardbaar.’ Mogelijke effecten moeten onderzocht worden. Daarvoor dient onder meer het milieueffectrapport, het MER. Daarin bekijk je wat een project kan betekenen voor mens, natuur en omgeving. Je onderzoekt alternatieven en gaat na welke maatregelen mogelijke schade of hinder kunnen beperken. Maar zorgvuldig onderzoek betekent evenmin dat elk risico of elke vorm van hinder een project onmogelijk maakt. De rechter maakt uiteindelijk een afweging: is de hinder werkelijk bovenmatig, is ze aantoonbaar veroorzaakt door het project en staat ze in verhouding tot het bredere maatschappelijke belang?”

Wordt het daardoor moeilijker om grote projecten te realiseren?

“Ja en nee. Twintig of dertig jaar geleden bestond veel van de huidige milieuwetgeving nog niet. Er waren minder vergunningsvereisten en minder uitgebreide milieueffectrapportages. In die zin is de voorbereiding juridisch complexer geworden. Maar tegelijk bestaan er vandaag ook veel sterkere juridische argumenten vóór natuurherstel en waterveiligheid. Europese natuurregels, waterbeleid en recent ook de Europese natuurherstelwetgeving verplichten overheden om niet alleen verdere achteruitgang te vermijden, maar ook actief herstel na te streven. De meeste grote projecten krijgen te maken met procedures. Dat geldt ook voor natuurherstelprojecten. Denk aan de Hedwigepolder, overstromingsgebieden in Lier, Wetteren of Baasrode en projecten rond de haven van Antwerpen. Dat procedures worden gevoerd, betekent niet noodzakelijk dat het juridische kader verkeerd zit. In de dossiers die ik aanhaal, hebben de projecten de rechterlijke toets doorstaan.

De les is vooral: neem voldoende tijd, bereid het dossier zorgvuldig voor en onderzoek de effecten ernstig. Een sterk milieueffectrapport zal misschien niet iedereen overtuigen, maar het helpt wel om een project juridisch robuust te maken.”

Waarom duren projecten zoals het Sigmaplan dan zo lang?

“Omdat ze bijzonder complex zijn. Het gaat niet alleen om een technische ingreep. Je hebt ruimtelijke plannen, vergunningen, milieueffectrapportage, natuurdoelen, waterbeheer, eigendomsrechten en soms onteigeningen. Daarnaast zijn er lokale bekommernissen en politieke keuzes. Het is haast onmogelijk om iedereen volledig tevreden te stellen. Een project kan voor de samenleving als geheel heel belangrijk zijn, maar tegelijk een grote impact hebben op individuele eigenaars of omwonenden. Die belangen moet je ernstig afwegen. Lange voorbereiding is dus niet noodzakelijk verloren tijd. Ze kan ertoe bijdragen dat alternatieven worden onderzocht, fouten worden vermeden en maatregelen beter worden onderbouwd. Natuurlijk moet je opletten dat procedures geen doel op zich worden en projecten niet nodeloos vastlopen. Maar een kwaliteitsvolle voorbereiding is geen overbodige luxe.”

Maakt de combinatie van waterveiligheid, natuur en recreatie het Sigmaplan juridisch sterker of complexer?

“Beide. Elke bijkomende functie maakt een project complexer. Als je ook recreatie mogelijk maakt, moet je bijvoorbeeld rekening houden met bezoekers, toegankelijkheid, verstoring en veiligheid. Die effecten moeten mee in de beoordeling worden opgenomen. Tegelijk is het logisch om functies te combineren. Vlaanderen is dichtbevolkt en de ruimte is schaars. Als je waterveiligheid, natuurherstel en recreatie afzonderlijk op verschillende plaatsen zou willen realiseren, heb je nog meer ruimte nodig. Die ruimte is er vaak niet. Bovendien kan de combinatie maatschappelijk interessant zijn. Mensen leren natte natuur kennen en waarderen wanneer ze er kunnen wandelen of fietsen. Kinderen die vertrouwd raken met wetlands zullen die landschappen minder snel zien als nutteloze plekken.”

Beschermt het milieurecht vooral bestaande natuur, of verplicht het ook tot nieuwe natuur?

“Dat onderscheid is belangrijk. Bestaande natuur beschermen is één zaak. Een bestaand bos of natuurgebied in stand houden is meestal duidelijker: je weet wat er aanwezig is en wat beschermd moet worden. Nieuwe natuur creëren is juridisch en ecologisch ingewikkelder. Je richt bijvoorbeeld voormalig landbouwgebied in als wetland, overstromingsgebied of getijdennatuur. De natuur moet zich daar nog ontwikkelen en laat zich niet volledig voorspellen. Toch bestaat er wel degelijk een verplichting om natuur te herstellen. Het Sigmaplan is daarvan een goede illustratie. Het gaat niet alleen om het bewaren van wat nog resteert, maar ook om het herstellen van ecosystemen die we in het verleden hebben verloren of beschadigd.”

Moet het milieurecht daarom meer ruimte laten voor adaptief beheer?

“Adaptief beheer is belangrijk. Je vertrekt vanuit de best beschikbare kennis, voert maatregelen uit, volgt de ontwikkeling op en stuurt bij wanneer dat nodig blijkt. Zeker bij natuurherstel kan je niet alles tientallen jaren vooraf exact voorspellen. Maar flexibiliteit mag geen excuus zijn om doelstellingen vaag te houden. Natuurdoelen moeten voldoende duidelijk en juridisch afdwingbaar blijven. Anders bestaat het risico dat men bij tegenvallende resultaten gewoon zegt dat de natuur nu eenmaal onvoorspelbaar is. Het komt dus neer op een evenwicht. Je hebt rechtszekerheid nodig over de doelen en de bescherming, maar ook voldoende flexibiliteit over de weg ernaartoe.”

Wordt natuur nog te vaak gezien als iets dat ontwikkeling tegenhoudt?

“Dat hangt ervan af met wie je spreekt (lacht). In theorie is het idee van natuurgebaseerde oplossingen al goed ingeburgerd. We weten dat wetlands water kunnen vasthouden, natuurgebieden verkoeling bieden en gezonde ecosystemen onze weerbaarheid tegen klimaatverandering verhogen. Maar in de dagelijkse praktijk wordt dat toch vaak vergeten. Eerst wordt een project bedacht en daarna wordt bekeken hoeveel natuur er in de weg ligt. Het Sigmaplan draait die redenering voor een stuk om. Natuurherstel maakt er deel uit van de oplossing. Dat is belangrijk. De overstromingen in de Vesdervallei in 2021 hebben nogmaals getoond welke risico’s extreem weer met zich meebrengt. Achteraf is het gemakkelijk om te zeggen dat de rivier meer ruimte had moeten krijgen. Vooraf beslissen om huizen te verwijderen, gronden te onteigenen of bouwmogelijkheden te beperken, is politiek veel moeilijker. Natuurgebaseerde oplossingen vereisen daarom niet alleen technische kennis, maar ook bestuurlijke moed.”

Speelt ook onze emotionele band met een landschap een rol?

“Zeker. Mensen zijn gehecht aan het landschap dat ze kennen. Dat is heel menselijk. Maar wat we als ‘het oorspronkelijke landschap’ beschouwen, hangt af van het gekozen referentiepunt. Neem een polderlandschap. Voor veel mensen voelt dat als een eeuwenoud en natuurlijk landschap. Maar misschien was die plek voordien een schor, een wetland of een overstromingsvlakte. Wat willen we dan behouden? Het huidige landbouwlandschap of het oudere rivierlandschap? Dat soort discussies speelde ook bij de Hedwigepolder. Een polder die voor de ene waardevol cultuurlandschap is, kan voor de andere een historische ingreep zijn waardoor estuariene natuur verdween. Het recht kan die emotionele discussie niet volledig oplossen. Het kan wel vragen dat de overheid haar referentiekader en toekomstvisie duidelijk maakt. Je moet niet alleen kijken naar hoe het landschap vandaag is, maar ook naar wat binnen vijftig of honderd jaar nodig zal zijn.”

Kan onzekerheid over klimaatverandering projecten juridisch bemoeilijken?

“Klimaatverandering laat zich niet tot op de centimeter of het exacte jaartal voorspellen. Maar de algemene tendens is wel duidelijk: de aarde warmt op, de zeespiegel stijgt en extreme weersomstandigheden worden belangrijker. De overheid heeft een beschermingsplicht. Dat betekent niet dat iedere burger een absoluut recht heeft om tegen elk mogelijk overstromingsrisico beschermd te worden. Volledige veiligheid bestaat niet. Maar overheden mogen bekende risico’s ook niet negeren. Dat kan harde keuzes vereisen. Misschien moet op bepaalde plaatsen niet meer gebouwd worden. Misschien moeten woningen worden onteigend of moet een rivier opnieuw meer ruimte krijgen. Dergelijke maatregelen zijn lokaal pijnlijk, maar niets doen kan op langere termijn veel grotere menselijke en maatschappelijke kosten veroorzaken. We moeten daarom verder kijken dan één legislatuur. Hoe ontwikkelt een gebied zich over vijftig jaar? Wat gebeurt er bij een waterbomscenario? Welke zones kunnen we nog redelijk beschermen, en waar moeten we onze ruimtelijke keuzes herzien?”

Leidt weerstand tegen dergelijke projecten altijd tot juridische procedures?

“Niet altijd, maar één persoon kan natuurlijk al een procedure beginnen. Zelfs wanneer een grote meerderheid een project steunt, kan één omwonende naar de rechter stappen. Dat is zijn of haar recht. Een rechtszaak is daarom geen betrouwbare graadmeter voor het maatschappelijke draagvlak. Omgekeerd kunnen procedures soms wel een uitlaatklep zijn voor dieper wantrouwen. Mensen voelen zich niet gehoord, begrijpen de beslissing niet of hebben het gevoel dat het project van bovenaf wordt opgelegd.”

“Draagvlakvorming is op zichzelf geen puur juridische opdracht. Ze vraagt communicatie, inspraak en persoonlijk contact. Je moet uitleggen waarom een project nodig is, welke alternatieven onderzocht zijn en wat mensen concreet mogen verwachten. Kruibeke is daar een bekend voorbeeld van. Aanvankelijk was er veel controverse. Vandaag wordt het gebied vaak als een geslaagd voorbeeld genoemd. Dat betekent niet dat de vroegere bezorgdheden onterecht waren. Het toont wel dat de waardering kan veranderen wanneer het resultaat zichtbaar wordt.”

Hoe vermijd je dat het debat wordt herleid tot voor- en tegenstanders?

“Door niet te doen alsof elke bezorgdheid een aanval op het hele project is. Mensen kunnen het algemene doel steunen en toch terechte vragen hebben over hinder, eigendom, mobiliteit of beheer. Tegelijk moeten we aanvaarden dat niet iedereen uiteindelijk tevreden zal zijn. Een honderd procent juridisch waterdicht dossier bestaat trouwens niet. Iemand kan altijd naar de rechter stappen. Je moet een dossier zo zorgvuldig mogelijk voorbereiden, maar je kan niet alle onzekerheid of alle weerstand uitsluiten. Het Sigmaplan kan op dat vlak bijna als een kwaliteitslabel of een template dienen: langetermijnplanning, wetenschappelijk onderzoek, milieueffectrapportage, ruimtelijke verankering en een duidelijke koppeling tussen veiligheid en natuur.”

Welke lessen kunnen andere regio’s uit het Sigmaplan trekken?

“Vooral het belang van planning en voorbereiding. Vlaanderen is in de voorbije tweehonderd jaar sterk in één richting ingericht: water afvoeren, dijken bouwen, gronden droogleggen en steeds meer ruimte bebouwen.

Die beweging keer je niet in enkele jaren om. Er is eerst een mentale omslag nodig. Achter een dijk wonen kan een vals gevoel van absolute veiligheid geven. Soms kan een gebied uiteindelijk veiliger worden wanneer je water gecontroleerd meer ruimte geeft. Uiteraard betekent dat niet dat je overal zomaar de dijken moet verwijderen. Het vraagt een gebiedsgerichte afweging. Daarnaast heb je middelen en politieke continuïteit nodig. Het Sigmaplan loopt over verschillende bestuursperiodes heen. Dat is noodzakelijk, want natuurherstel en klimaatadaptatie zijn langetermijnopgaven. Andere regio’s kunnen leren dat je eerst een duidelijk toekomstbeeld nodig hebt, daarna zorgvuldig moet onderzoeken en vervolgens ook moet durven uitvoeren.”

Wat hoopt u dat het brede publiek beter begrijpt over milieurecht?

“Dat het niet alleen over procedures en regeldruk gaat. Het debat wordt te vaak herleid tot de vraag hoeveel vergunningen nodig zijn of hoe snel een project kan worden uitgevoerd. Administratieve vereenvoudiging kan nuttig zijn. Ik ben niet principieel tegen minder of betere regels. Maar mensen die vandaag zeggen dat er te veel vergunningsprocedures zijn, zullen morgen misschien als eersten protesteren wanneer er zonder inspraak een hoogspanningslijn, weg of industriële installatie in hun achtertuin komt. Achter milieurecht zitten waarden: een gezonde leefomgeving, bescherming tegen vervuiling, natuur, waterveiligheid en de mogelijkheid om belangen zorgvuldig tegen elkaar af te wegen. Ik hoop dat mensen niet voorbijgaan aan die inhoudelijke doelen.”

“Het milieurecht heeft veel bereikt. Langs de Schelde is opnieuw meer natuur aanwezig en de aandacht voor waterkwaliteit en ecosystemen is sterk gegroeid. Maar het laaghangende fruit is geplukt. Bij problemen zoals stikstof, waterkwaliteit en biodiversiteitsverlies stagneert de vooruitgang. Vlaanderen zal nooit één grote wildernis worden. Daar hoeft niemand bang voor te zijn. Maar we zijn wel veel natuur kwijtgeraakt en leven in een bijzonder dichtbebouwde regio, waar veel functies dezelfde beperkte ruimte opeisen. Net daarom hebben we goede regels en zorgvuldige afwegingen nodig.”

Is het Sigmaplan dan een voorbeeld van milieurecht dat werkt?

“Ja. Het Sigmaplan toont dat milieurecht niet alleen zegt wat niet mag. Het kan ook richting geven aan wat wél nodig en mogelijk is. Het verplicht ons om effecten ernstig te onderzoeken en rekening te houden met mensen die nadeel ondervinden. Tegelijk erkent het dat natuurherstel, waterveiligheid en klimaatadaptatie zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn. Dat grotere verhaal mogen we niet uit het oog verliezen. Een overstromingsgebied is niet alleen een juridisch dossier of een verzameling vergunningen. Het is een investering in een veiliger en gezonder landschap voor de volgende generaties.”

Interviews