Jef Cox

Interview

Gebiedscoördinator Jef Cox over valleiherstel, samenwerking en de kracht van het Sigmaplan

“De Grote Nete is geen gewone rivier, maar een landschap vol verhalen”

De Grote Nete slingert door de Kempen, van het Kempisch Plateau tot in Lier, waar ze samenkomt met de Kleine Nete. Op het eerste gezicht lijkt ze misschien een gewone Kempense rivier, zegt Jef Cox, gebiedscoördinator Grote Nete bij de provincie Antwerpen. Maar wie beter kijkt, ontdekt een vallei vol verhalen: een rivier die het landschap eeuwenlang heeft gevormd, met natuur, kastelen, watermolens en dorpskernen als herkenbare bakens langs haar oevers. Vandaag komt daar een nieuw hoofdstuk bij: dat van een vallei in volle verandering.

In de Vallei van de Grote Nete werkt het Sigmaplan aan meer ruimte voor water, meer natte natuur en een landschap dat beter bestand is tegen klimaatverandering. Tegelijk brengt de provincie Antwerpen via het gebiedsprogramma Grote Nete ook andere partners samen rond één gedeeld toekomstverhaal. “Het Sigmaplan is de motor van de gebiedsontwikkeling in de vallei. Maar om de Grote Nete echt klimaatrobuust te maken, moeten we verder kijken dan de projectgrenzen alleen.”

Hoe omschrijft u de Vallei van de Grote Nete aan iemand die ze nog niet kent?

Jef Cox: “Meestal begin ik met een weetje dat veel mensen verrast: de Grote Nete is een getijdenrivier. Het getij dat we kennen van de Schelde, is tot diep in het binnenland voelbaar. Zelfs op de Grote Nete, tot in Itegem bij Heist-op-den-Berg, merk je nog dat de rivier deel uitmaakt van het Scheldebekken. Het is dus één stukje van een veel groter watersysteem.”

“Op zich is er misschien niets uitzonderlijks aan: een grote beek door de Kempen. Maar achter elke plek in dat landschap gaat een verhaal schuil. Een verhaal over hoe de rivier de streek duizenden jaren heeft vormgegeven. Over hoe mensen in en rond de vallei hebben geleefd en gewerkt. Over hoe we het water hebben proberen te sturen. En over hoe we vandaag, met de kennis van vroeger en de uitdagingen van morgen, opnieuw nadenken over de toekomst van de vallei.”

Wat maakt de Grote Nete voor u persoonlijk zo bijzonder?

“Ik kijk met een dubbele blik naar de vallei. Aan de ene kant is het een plaats waar ik heel graag kom. Er zijn talloze plekken, vaak nog onontdekt en dicht bij huis, waar je kan wandelen, fietsen, tot rust komen en elk seizoen bijna letterlijk ziet veranderen. Elk moment van de dag heeft er zijn eigen sfeer, zijn eigen licht, zijn eigen geluid. Maar tegelijk kijk ik met een bezorgde blik. De vallei is een gekwetste plek. Ze draagt sporen van keuzes uit het verleden. Misschien kan je beter zeggen: littekens. We hebben rivieren rechtgetrokken, water zo snel mogelijk naar zee proberen af te voeren, gebieden ingedijkt en de rivier op veel plaatsen afgesneden van haar vallei. Dat gebeurde niet met slechte bedoelingen. Het was het beste inzicht van toen. Maar vandaag weten we dat sommige keuzes ons kwetsbaarder hebben gemaakt. Die littekens vertellen ons iets. Ze vormen de biografie van het landschap. En net daarin schuilt voor mij de rijkdom van de Grote Nete: het is een plek vol verhalen, maar ook een plek waar we uit het verleden kunnen leren.”

Welke rol speelt het Sigmaplan in die toekomst?

“Het Sigmaplan is de grootste motor in de hele Vallei van de Grote Nete. Het is het meest ambitieuze plan, ook qua oppervlakte. De kern is duidelijk: Vlaanderen beter beschermen tegen overstromingen van de Schelde en haar zijrivieren, en tegelijk waardevolle riviernatuur herstellen. Concreet gaat het om ongeveer 850 hectare hoogwaardige natte natuur. Het Sigmaplan geeft de rivier opnieuw meer ruimte en zorgt ervoor dat water op een gecontroleerde manier gebufferd kan worden. Zo beperken we ongewenste overstromingen en maken we het landschap weerbaarder tegen de extremen van de klimaatverandering: te veel water in natte periodes, te weinig water in droge periodes.”

“In zekere zin keren we terug naar een landschap zoals de generatie van mijn grootouders het kende. Een open valleilandschap met natte ruigtes, moeras, brede rietkragen en overstromingsgraslanden. Mijn grootouders vertelden over schaatsen in de winter en zwemmen in de zomer. We zijn dat landschap voor een stuk kwijtgeraakt. Nu proberen we het, met de kennis van vandaag, opnieuw in ere te herstellen.”

Wat betekent ‘ruimte geven aan water’ in de praktijk?

“De Grote Nete is op veel plaatsen in een dwangbuis geduwd. Bijna de helft van de rivier is ingedijkt met hoge dijken. Dat paste binnen de vroegere manier van denken: water controleren, afvoeren, zo snel mogelijk naar zee krijgen. Vandaag kijken we daar anders naar. Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met intense neerslag én langere droogte. Dan is het niet slim om water alleen maar versneld af te voeren. We moeten de vallei opnieuw laten werken als spons. Water moet op de juiste plaatsen kunnen overstromen, infiltreren en langer worden vastgehouden. Dat is geen vrijblijvende keuze. We zijn de grenzen van het systeem voorbij. Waterveiligheid, droogte, biodiversiteitsverlies: die problemen hangen samen.”

Welke landschappen zullen mensen meer zien terugkomen?

“Vooral wetlands: moeras, rietland, natte ruigtes en overstromingsgraslanden. Voor uitgestrekte, ruige natuurlandschappen kijken we vaak naar verre bestemmingen als Patagonië, IJsland of Nieuw-Zeeland. Maar ook Vlaanderen heeft van nature een rijke en bijzondere natte natuur. We zijn die alleen voor een stuk kwijtgeraakt. Open rietland, natte natuur, rustpunten in het landschap… ik word daar zelf oprecht blij van. Je hoeft niet naar de andere kant van de wereld om klimaatrobuuste natuur te zien. Kijk naar andere Sigmaplangebieden, zoals Anderstadt in Lier. Dat zijn mooie inspiratiebeelden van wat ook in de Vallei van de Grote Nete mogelijk is. Die natte natuur is overigens geen luxe, maar wel een bondgenoot. Ze helpt overstromingen bufferen, water vasthouden, koolstof opslaan en biodiversiteit herstellen.”

Hoe verhouden waterveiligheid, natuur en recreatie zich tot elkaar?

“Voor ons moeten ruimte voor water en ruimte voor natuur samengaan met ruimte voor mensen. Onbekend is onbemind. Als mensen geen toegang krijgen tot een gebied, bouwen ze er ook geen band mee op. Dan krijg je minder draagvlak. Maar toegankelijkheid moet wel doordacht gebeuren. Vroeger ontstonden paden soms spontaan, kriskras door een gebied. Vandaag proberen we veel gerichter te werken: wandelen rond een gebied in plaats van overal erdoor, mensen naar de juiste plekken leiden, kwetsbare zones ontzien en toch mooie beleving mogelijk maken. Dat is een evenwicht. We willen de natuur niet afsluiten, maar ook niet overladen. Duurzame toegankelijkheid is cruciaal: mensen moeten de vallei kunnen beleven, zonder dat de draagkracht van het gebied wordt overschreden.”

U bent gebiedscoördinator. Wat is precies de kern van uw job?

“Voor mij draait het om samenwerking. De realisaties van het Sigmaplan aan de Grote Nete zijn noodzakelijk, maar ze zijn op zichzelf niet voldoende om de hele vallei klimaatrobuust te maken. De projectzones van het Sigmaplan liggen vooral in de kern van de vallei, maar de klimaatuitdagingen stoppen niet aan de rand van die zones. De wateropgave strekt zich uit tot ver buiten de vallei en haar zijlopen. Ook de biodiversiteitscrisis los je niet op door alleen binnen enkele natuurkernen slim beheer te voeren. Je hebt een totaalbenadering nodig: van bron tot monding, over gemeente- en provinciegrenzen heen, met aandacht voor bovenlopen, beekvalleien, sponslandschappen, dorpskernen, natuurverbindingen, landbouwgebieden, bossen en bedrijventerreinen. Dat kan geen enkele partner alleen. Daarom probeert de provincie Antwerpen met het gebiedsprogramma Grote Nete en het strategisch project Het Grote Net[e]werk een platform te creëren waar lokale besturen, Vlaamse agentschappen, terreinbeheerders, middenveld en andere partners samen rond één gedeelde agenda werken.”

Hoe verloopt de samenwerking met het Sigmaplan?

“Bijzonder goed. Het Sigmaplan heeft de hand uitgestoken, wij hebben die gegrepen, en zo is er een sterke dynamiek ontstaan. Natuurlijk hangt samenwerking altijd af van mensen. Je hebt de bereidheid nodig van collega’s, projectleiders, lokale besturen en partners om samen te denken en samen te werken. Die bereidwilligheid waardeer ik enorm. Tegelijk is samenwerking niet alleen leuk, maar ook noodzakelijk. Vanuit de inzichten die we hebben, moeten we beleidskeuzes maken die elkaar versterken. Het Sigmaplan doet ontzettend belangrijk werk in de vallei, maar als we echt een weerbaar waterlandschap willen, moeten we complementair werken. Ook maatregelen buiten de Sigmaplangebieden kunnen benedenstrooms helpen om de doelstellingen van het Sigmaplan te realiseren.”

Is het soms moeilijk om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen?

“Zeker. We zitten als overheden en partners niet altijd automatisch op dezelfde lijn. Iedereen komt met een eigen opdracht, timing, insteek en bezorgdheid aan tafel. Het kan gaan over sanering, natuur, landbouw, ruimtelijke planning, recreatie, mobiliteit of erfgoed. De uitdaging is om toch een gezamenlijk kompas te ontwikkelen. Daarom hebben we samen gewerkt aan een landschapsbiografie en landschapsvisie. Dat klinkt misschien wat abstract, maar het zijn belangrijke kapstokken voor samenwerking. We hebben meer dan een jaar intensief met het partnerschap samengewerkt om dat scherp te krijgen: waar komen we vandaan, hoe is dit landschap gevormd, waar willen we naartoe? Ik ben er trots op dat we dat op papier hebben gekregen. Het geeft richting, maar ook verbondenheid. Het is een gedeelde stip aan de horizon.”

Waar bent u het meest trots op?

“Er zijn veel concrete dingen om trots op te zijn: aanplantingen, recreatieve infrastructuur, de peddelroute, infopanelen, onze landschapsbiografie, de website degrotenete.be. Maar persoonlijk haal ik misschien nog meer voldoening uit de dynamiek van het samenwerkingsverband zelf. Dat klinkt minder tastbaar dan een brug, pad of uitkijkpunt, maar het is wel fundamenteel. We zijn erin geslaagd om één geïntegreerde samenwerking op gang te brengen van bron tot monding, met Vlaamse partners, provincies, lokale besturen, vrijwilligers en middenveld. In een versnipperd beleidslandschap is dat niet vanzelfsprekend. Die dynamiek zorgt ervoor dat er meer aandacht is voor de Grote Nete. En ze maakt het mogelijk om grote maatschappelijke uitdagingen samen aan te pakken.”

Testvaart Grote Nete ©Provincie Antwerpen

Hoe belangrijk is communicatie in zo’n veranderend landschap?

“Heel belangrijk. Eigenlijk komt het neer op: uitleggen, uitleggen, uitleggen. Via infopanelen, lezingen, presentaties, websites, werfbezoeken en gegidste wandelingen. De werken in de vallei kunnen soms ingrijpend zijn. Mensen zien graafmachines, bomen die verdwijnen of een landschap dat tijdelijk open ligt. Als je zo’n werf op dat moment bekijkt, kan dat vragen of weerstand oproepen. Maar als je tien jaar later ziet wat er is ontstaan, kijken ook buurtbewoners die eerst sceptisch waren met verwondering naar het resultaat. Daarom moeten we het grotere plaatje blijven tonen. Waarom doen we dit? Hoe zal het landschap evolueren? Welke natuur komt terug? Hoe helpt dit tegen wateroverlast en droogte? Toekomstbeelden helpen om mensen door die werffase heen te laten kijken.”

Welke rol spelen gidsen daarbij?

“Zij zijn onze eerste ambassadeurs.  Ik noem dat soms een vorm van werftoerisme, een beetje zoals Open Bedrijvendag: je geeft mensen een blik achter de schermen van de Sigmaplanwerken. Samen met een gids op pad gaan is heel leerrijk. De gidsen krijgen opleiding van experts van het Sigmaplan, een soort crash course in valleiherstel. Zij kunnen het verhaal daarna breed vertellen aan bewoners, bezoekers, scholen of verenigingen. Een uitleg van mens tot mens heeft een heel andere impact dan een brochure, zeker bij ingrijpende werken. Een gids kan vragen opvangen, nuanceren, tonen wat er gebeurt en mensen meenemen in het waarom van de verandering. Zo bouw je vertrouwen en draagvlak op.”

Ziet u nog onbenutte kansen voor recreatie?

“Absoluut. De Grote Nete heeft nog zoveel verhalen in en langs de vallei. Gedeputeerde Jan De Haes noemt de rivier vaak de Loire van de Kempen, en dat klopt wel. Langs de vallei liggen bijna twintig kastelen, watermolens en andere erfgoedplekken. Ze vormen als het ware een parelsnoer door het landschap.”

“We werken volop aan een meerdaagse wandelroute langs de Grote Nete. Ook de combinatie met waterbeleving is interessant. Je kan de rivier ontdekken met een packraft, een opblaasbare kano die je makkelijk kan meenemen. Er zijn verschillende stopplaatsen waar je in en uit het water kan.”

Hoe hoopt u dat de vallei er over tien jaar uitziet?

“Meer zoals vroeger. Als een plek waar ook de volgende generaties rust, ruimte en natuur kunnen ervaren. Een vallei waar water opnieuw plaats krijgt, waar natte natuur terugkeert, waar mensen kunnen wandelen, fietsen, peddelen en begrijpen waarom dit landschap zo belangrijk is. Ik hoop dat we tonen dat ruimte voor water en ruimte voor natuur kunnen samengaan met ruimte voor de mens. Het hoeft geen tegenstelling te zijn. Als we het goed aanpakken, ontstaat er een win-win voor natuur én samenleving.”

Is er een plek waar u mensen graag mee naartoe neemt?

“Kasteeldomein Hof ter Laken in Booischot is zeker een plek die tot de verbeelding spreekt, net omdat daar zoveel verhalen samenkomen: het kasteeldomein, de rivier, het landschap, erfgoed, recreatie en het bredere verhaal van de vallei. Stichting Kempens Landschap werkt er aan erfgoedlogies voor groepen, in een historische context aan de Grote Nete. Vanaf daar kan je binnenkort vertrekken voor meerdaagse wandelingen, peddeltochten of andere vormen van trage beleving. Dat soort plekken kan de vallei echt leesbaarder en beleefbaarder maken. Ook plekken waar je de Sigmaplanwerken echt kan zien, zijn interessant. Daar begrijp je beter hoe ingrijpend, maar ook hoe noodzakelijk het herstel is. En soms hoeft het niet eens een bekende plek te zijn. De Grote Nete zit vol kleine, stille plekken die mensen nog niet kennen. Dat is net de charme.”

Welke les kan de Grote Nete leren aan andere valleien in Vlaanderen?

“Dat je planmatig, geïntegreerd en gebiedsgericht moet werken. Je moet vertrekken van kennis van het landschap: hoe werkt het fysische systeem, hoe hebben we er vroeger op ingegrepen, en wat leert dat ons voor de toekomst? Daarna moet je over sectoren heen durven denken. Klimaatadaptatie, biodiversiteit, recreatie, mobiliteit, dorpsontwikkeling, landbouw en erfgoed hangen allemaal samen. Als je werkt aan een klimaatbestendige beekvallei, moet je ook nadenken over hoe mensen zich verplaatsen, hoe dorpskernen groener en blauwer worden, waar water kan infiltreren, waar ontharding mogelijk is, hoe landbouwbedrijven mee toekomstbestendig worden. We moeten proberen om verschillende uitdagingen in één beweging aan te pakken. Dat is de kracht van gebiedsgericht werken.”

Wat hoopt u dat mensen onthouden wanneer ze door de vernieuwde vallei wandelen of fietsen?

“Dat de droom om de Grote Nete opnieuw te herstellen tot een vitale vallei niet verloren is. Misschien zijn sommigen die droom door de jaren kwijtgeraakt. Maar dankzij het Sigmaplan en het samenwerkingsverband dat we vanuit de provincie Antwerpen aan de Grote Nete opzetten, houden we die droom levend. Ik wens iedereen die de vallei bezoekt toe dat ze een stukje van die droom mee naar huis nemen.”

‍

Interviews