Oliver Femont

Interview

Oliver Femont over de mobiele waterkering aan de Antwerpse Scheldekaaien

"Vlaamse technologie voor een klimaatveilige stad"

Aan de Antwerpse Scheldekaaien verrijst een waterkering die het grootste deel van de tijd nauwelijks zichtbaar zal zijn. Pas wanneer stormtij dreigt, komen de lichte maar sterke wanden uit de grond omhoog. Over een lengte van 842 meter moet de mobiele kering Antwerpen beschermen tegen hoogwater, zonder dat de stad permanent achter een hoge muur verdwijnt. Voor Oliver Femont van het Vlaamse bedrijf Aggéres is het project de grootste toepassing van de technologie waaraan hij samen met zijn broer al vijftien jaar werkt.

De nieuwe waterkering maakt deel uit van de heraanleg van de Antwerpse Scheldekaaien binnen het Sigmaplan. De bestaande betonnen waterkeringsmuur, gebouwd na de stormvloed van 1976, moet worden verhoogd om rekening te houden met klimaatverandering en zeespiegelstijging. In de drukbezochte centrumzone koos De Vlaamse Waterweg nv niet voor een nog hogere permanente muur, maar voor een mobiele oplossing die in het openbaar domein wordt geïntegreerd.

De tijdelijke maatschappij Artes Roegiers-Aggéres staat in voor het ontwerp, de bouw en het langdurige onderhoud van de mobiele waterkering. Daarbij zorgt Artes voor de infrastructuur op de kaaien: het betonwerk, de ondergrondse constructies en de inpassing waarin de mobiele waterkering straks verdwijnt. Aggéres levert de drijvende composietwanden en de technologie die ze laat sluiten. Het basisprincipe is opvallend eenvoudig: stijgend water vult een ondergrondse bak, waarna de wand vanzelf boven de grond komt drijven. Voor Antwerpen wordt dat autonome principe gecombineerd met een gestuurd systeem, zodat de kering indien nodig al ruim vóór het stormtij kan worden gesloten.

Wat maakt de mobiele waterkering aan de Scheldekaaien zo bijzonder?

Oliver Femont: “Alleen al de schaal maakt dit project uniek. We bouwen een mobiele waterkering van 842 meter lang. Voor zover wij weten, bestaat er nergens ter wereld een autonome waterkering van die lengte. Daarnaast werken we aan een afzonderlijke kering van ongeveer 350 meter aan de Royerssluis. Samen gaat het dus om meer dan een kilometer mobiele waterbescherming in en rond Antwerpen. Als Vlaams bedrijf zijn we sowieso met iets vrij uitzonderlijks bezig. Er zijn niet veel bedrijven die gespecialiseerd zijn in overstromingsbescherming, en nog minder die deze autonome systemen ontwikkelen en bouwen. Dat onze grootste referentie uiteindelijk in onze eigen thuisstad komt, hadden we vijftien jaar geleden nooit durven dromen.”

Hoe is het idee voor een mobiele waterkering ontstaan?

“Het idee ontstond na de zware overstromingen in de Dendervallei in 2010. Mijn broer Anthony en ik zagen op het nieuws hoe brandweerlieden en vrijwilligers met zandzakjes probeerden woningen te beschermen. We zeiden tegen elkaar: dit zijn toch bijna middeleeuwse technieken? Dat moet beter kunnen. We werkten toen allebei in vastgoedontwikkeling en bouwpromotie. We zijn marktonderzoek gaan doen en begonnen met het verdelen van bestaande waterkerende schotten, vooral producten uit Engeland en Duitsland. In België waren nauwelijks bedrijven met overstromingsbescherming bezig. Tijdens die zoektocht kwamen we uit bij een Nederlands patent voor een zelfsluitende waterkering. Het basisidee dateerde van het begin van de jaren 2000. Wij zagen er meteen veel toekomst in: een lichte composietwand die autonoom uit de grond omhoogkomt, zonder zware metalen poorten of dikke betonnen muren. Alleen was composiet toen nog niet algemeen aanvaard als betrouwbaar materiaal voor zo’n kritieke infrastructuur.”

Olivier en Anthony Femont, ©Thomas Bruyninckx

‍

Hoe hebben jullie dat vertrouwen opgebouwd?

“Door veel te testen, te berekenen en te investeren. Bij overstromingsbescherming moet een systeem feilloos werken. Het kan jarenlang ongebruikt in de grond zitten, maar wanneer het water komt, moet het er staan. Je kan dan niet zeggen dat een onderdeel toevallig geblokkeerd zat. We hebben prototypes verder ontwikkeld, studies laten uitvoeren en steeds meer veiligheidsmarges ingebouwd. In 2016 plaatsten we onze eerste grote autonome kering in de historische binnenstad van Spakenburg in Nederland. Die is ongeveer 300 meter lang en 1 meter hoog. Daarna volgde onder meer een installatie in Eindhoven en een groot aantal kleinere projecten, vooral bij ondergrondse parkeergarages. Ook in Antwerpen plaatsten we in 2016 al een mobiele kering aan een parkeergarage bij het station van Berchem. Die is intussen al zeventien keer in werking getreden. Hetzelfde natuurkundige basisprincipe gebruiken we nu aan de Scheldekaaien.”

Hoe werkt zo’n zelfsluitende waterkering precies?

“Je moet je een lange, smalle betonnen bak voorstellen die verticaal in de grond zit. In die bak bevindt zich een lichte wand van composiet. Wanneer het water stijgt, stroomt het via een toevoer in de ondergrondse bak. De wand begint te drijven en komt geleidelijk uit de grond omhoog. Wanneer de wand volledig boven staat, klemt ze zichzelf onderaan vast. Zo ontstaat een stabiele en waterdichte barrière. Daalt het water opnieuw, dan loopt de bak leeg en zakt de wand terug in de grond. Het werkt volgens heel eenvoudige natuurkunde, vergelijkbaar met het principe van communicerende vaten en de opwaartse kracht die een boot laat drijven. Zolang de wetten van de fysica blijven gelden en een boot op water blijft drijven, zal onze kering ook omhoogkomen.”

Waarom is het zo belangrijk dat het systeem autonoom kan werken?

“Bij een overstroming kunnen precies de systemen waarop je normaal rekent, uitvallen. Elektriciteit kan wegvallen. Personeel raakt misschien niet op tijd ter plaatse omdat wegen al onderlopen. Hydraulische of pneumatische onderdelen kunnen defect raken. Bij manuele systemen kan één ontbrekend element of één bout die niet loskomt al een ernstig probleem veroorzaken. Onze kering heeft in haar meest autonome vorm geen elektriciteit en geen menselijke tussenkomst nodig. Het water dat de bedreiging vormt, activeert tegelijk de bescherming. Dat maakt het systeem heel betrouwbaar. Je vermijdt ook bewegende scharnieren of ingewikkelde mechanische onderdelen die na jaren stilstand kunnen vastzitten. De composietwand kan niet zinken. Ze bestaat uit glasvezellagen rond een lichte schuimkern, een beetje zoals een zeer sterke surfplank.”

Wordt de Antwerpse waterkering dan uitsluitend door het Scheldewater geactiveerd?

“Niet helemaal. Aan de Scheldekaaien gebruiken we een hybride systeem. De autonome werking blijft de ultieme beveiliging: als het Scheldewater stijgt, vult de ondergrondse constructie zich en komt de wand vanzelf omhoog. Maar op deze plek willen we de kering ook gecontroleerd vooraf kunnen sluiten. Het gaat om een heel lange zone in het publieke domein, waar dagelijks veel mensen wandelen en verblijven. Je wil vermijden dat de kering pas omhoogkomt wanneer er nog bezoekers aan de waterzijde staan. Daarom komen er bijkomende waterbassins en pompen. Wanneer stormtij wordt voorspeld, kan de kering met een druk op de knop vooraf worden opgezet. Daarna blijft de autonome werking beschikbaar als back-up. Zelfs als de stroom uitvalt of niemand meer kan ingrijpen, zal het stijgende Scheldewater de kering alsnog activeren.”

Waarom is dat interessanter dan een permanente hoge muur?

“Een stad als Antwerpen is groot geworden dankzij haar ligging aan de Schelde. De rivier is een risico, maar tegelijk ook een van de grootste troeven van de stad. Dan is het vreemd om de stad permanent achter een hoge betonnen muur te verbergen. De bestaande waterkeringsmuur is ongeveer 1,35 meter hoog. Aan de Scheldekaaien komt nu een vaste drempel van ongeveer 80 centimeter, met daarin de mobiele kering. Op gewone dagen zie je alleen een smalle lijn of een deksel in het openbaar domein. Het uitzicht over de Schelde wordt daardoor veel opener. Alleen wanneer het nodig is, komt de wand omhoog en ontstaat de vereiste beschermingshoogte. Zo heb je honderd procent van de tijd zicht en toegang, terwijl je de bescherming activeert tijdens die uitzonderlijke momenten waarop het water gevaarlijk hoog komt.”

Hoe past de kering in de vernieuwde Scheldekaaien?

“Zo onzichtbaar mogelijk. Wanneer de kering in rust is, ligt de bovenkant vrijwel gelijk met het maaiveld. Je ziet een lange, rechte strook, maar ze vormt geen storende drempel. Voetgangers, onderhoudsvoertuigen, veegwagens en hulpdiensten kunnen erover. Dat is belangrijk, want dit is geen afgesloten industriële zone. De kering loopt door een van de meest historische en drukst bezochte delen van Antwerpen: vanaf de omgeving van het Loodswezen, langs de paviljoenen en het Steenplein tot richting het Zuiderterras. De aansluiting aan het Steen is bijvoorbeeld technisch heel complex. Daar is weinig ruimte, het terrein helt en je werkt in een historisch waardevolle omgeving. Ook bij het Loodswezen en de herdenkingsmuren moet alles heel zorgvuldig worden ingepast. De waterkering is dus niet alleen een technisch project, maar ook een ontwerp- en stadsproject.”

Illustratie mobiele waterkering aan Het Steen

‍

Maakt die historische omgeving het bouwen moeilijker?

“Absoluut. Je graaft een lange sleuf langs eeuwenoude kaaien, in een zone met archeologische waarde en veel verschillende gebruikers. De mobiele waterkering loopt bovendien door meerdere deelprojecten van de heraanleg. Alles moet dus heel precies op elkaar worden afgestemd. De civiele bouwkundige werken zijn voor Artes bijzonder uitdagend: de ondergrondse bakken, funderingen, aansluitingen en de integratie in het openbaar domein. Onze drijfwanden zelf zijn meer repetitief. Elke doorsnede is grotendeels dezelfde en wordt meter per meter opgebouwd. Maar over 842 meter wordt zelfs herhaling natuurlijk een immense productie- en logistieke operatie.”

Hoe worden de wanden gemaakt?

“Elke wand bestaat uit elementen van ongeveer één meter breed. Die produceren we via vacuüminfusie. Glasvezelmateriaal en een lichte schuimkern worden in een mal geplaatst, waarna hars onder vacuüm door het materiaal wordt getrokken. Vervolgens moet het element uitharden. Dat proces duurt ongeveer 24 uur per element. We zijn daarom al geruime tijd aan het produceren. Een groot aantal meters ligt intussen klaar voor plaatsing. Elk element krijgt een eigen barcode en ingebouwde chip. We weten dus exact welk element op welke plek in de Scheldekaaien terechtkomt. De eerste reeksen worden samengebouwd, naar de werf vervoerd en vervolgens in de ondergrondse constructie geplaatst.”

Hoe weet u dat de kering tegen zware stormgolven bestand is?

“Het systeem had zich al in veel projecten bewezen, maar de Scheldekaaien vragen een veel zwaardere wand dan bijvoorbeeld een ondergrondse parkeergarage. Er kunnen urenlang golven tegenaan slaan. Er kan zelfs drijvend materiaal, zoals een boomstam, tegen botsen. Daarom is een deel van de kering op ware grootte getest in de Deltagoot van Deltares in Delft. Dat is een enorme golfgoot waarin zeer zware stormcondities kunnen worden nagebootst. Gedurende meerdere uren zijn grote golven tegen de wand gestuurd, zwaarder dan wat we normaal aan de Scheldekaaien verwachten. De kering doorstond die proeven met vlag en wimpel. Voor ons was het een bevestiging van de berekeningen, maar bij een project van deze schaal is zo’n fysieke test onmisbaar. Je moet niet alleen geloven dat het zal werken. Je moet het aantonen.”

Golftest mobiele waterkering, ©Thomas Bruyninckx

Is de technologie in vijftien jaar sterk veranderd?

“Het basisprincipe is hetzelfde gebleven: water stroomt in een bak en laat een wand drijven. Maar we hebben uit elk project geleerd. Elke locatie heeft andere omstandigheden, waterhoogtes, gebruiksvormen en eisen.

Door de jaren hebben we het systeem breder toepasbaar gemaakt. In Antwerpen hebben we bijvoorbeeld ooit voor het eerst een kleinere kering in een voetpad geïntegreerd. Bij andere projecten ging het om een parkeergarage, een historische binnenstad of kritieke infrastructuur. De Scheldekaaien brengen al die kennis samen en voegen daar de hybride sturing aan toe. We verkopen daarom liever geen standaardproduct. We beginnen bij de probleemstelling: welk risico moet worden afgedekt en hoe kunnen we dat zo betrouwbaar en passend mogelijk doen?”

Waarom volstaan zandzakken of losse schotten niet meer?

“Zandzakken kunnen in een acute noodsituatie nuttig zijn, maar ze zijn arbeidsintensief, traag en niet altijd waterdicht. Voor een structurele bescherming van een stad of belangrijk gebouw zijn ze geen duurzame oplossing. Ook demontabele schotten hebben nadelen. Je moet ze ergens opslaan, onderhouden en regelmatig testen. Wanneer het alarm afgaat, heb je een ploeg nodig om alles tijdig te plaatsen. Eén ontbrekend onderdeel of één paal waarin een bout niet past, kan de hele lijn kwetsbaar maken. Bij mobiele keringen ligt de bescherming permanent op haar plaats, maar verborgen in de grond. Je hoeft geen materiaal aan te voeren en bent veel minder afhankelijk van mensen en logistiek. De initiële investering is hoger, maar de onderhouds- en operationele kosten zijn veel lager. Over een lange levensduur kan zo’n systeem zich meerdere keren terugverdienen.”

Is de aandacht voor overstromingsbescherming veranderd sinds jullie start?

“Enorm. Toen we vijftien jaar geleden begonnen, moesten we mensen vaak overtuigen dat preventie zinvol was. Veel mensen dachten: de kans op een overstroming is klein, en als het toch gebeurt, is er de verzekering. Vandaag zien we overal wat wateroverlast kan veroorzaken. Niet alleen rivieren vormen een risico. Ook hevige regen kan straten, rioleringen en ondergrondse parkings in korte tijd doen overstromen. Soms staat er op straat maar enkele centimeters water, maar stroomt een ondergrondse parking volledig vol. Overheden denken daardoor veel systematischer na over weerbaarheid. Bij nieuwe bouwprojecten in risicogebieden worden steeds vaker preventieve voorzieningen gevraagd. Dat is logisch: bij een groot nieuwbouwproject is de kost van een geïntegreerde waterkering relatief beperkt, terwijl de mogelijke schade en het veiligheidsrisico enorm zijn.”

Loopt Vlaanderen daarin voorop?

“Ik denk het wel. De Vlaamse Waterweg nv en de Vlaamse Milieumaatschappij hebben de voorbije jaren veel kennis opgebouwd en nemen overstromingsrisico’s ernstig. Er wordt niet alleen naar noodmaatregelen gekeken, maar ook naar structurele bescherming en naar de ruimtelijke inrichting van gebieden. In verschillende andere Europese landen zien we nog minder systematische aandacht voor individuele gebouwen, ondergrondse infrastructuur of binnenstedelijke wateroverlast. Vlaanderen is natuurlijk kwetsbaar en dichtbebouwd. Misschien dwingt dat ons om sneller innovatieve oplossingen te zoeken. Nederlanders horen het niet altijd graag, maar op sommige aspecten van mobiele bescherming en de koppeling met gebouwen en stedelijke ontwikkeling lopen we echt ver vooruit.”

Waarom zijn steden historisch zo kwetsbaar voor overstromingen?

“Veel steden liggen net aan het water omdat dat economisch en strategisch interessant was. Antwerpen aan de Schelde, Düsseldorf aan de Rijn: rivieren zorgden voor transport, handel en groei. Door verstedelijking kregen rivieren steeds minder ruimte. Tegelijk zorgen klimaatverandering, zeespiegelstijging en intensere neerslag voor hogere risico’s. We moeten steden nu beschermen tegen hetzelfde water waaraan ze hun ontstaan en welvaart danken. Daarbij moet je vermijden dat bescherming de band met de rivier volledig verbreekt. Een permanente hoge muur kan technisch efficiënt zijn, maar stedenbouwkundig is het vaak een slechte oplossing. Mobiele systemen maken het mogelijk om veiligheid en waterbeleving te combineren.”

Hoe past de mobiele kering binnen het Sigmaplan?

“Op veel plaatsen kan het Sigmaplan water meer ruimte geven via gecontroleerde overstromingsgebieden, dijken of natuurontwikkeling. In het centrum van Antwerpen kan dat natuurlijk niet. De Schelde zit er ingesnoerd tussen de stad en Linkeroever. Daar heb je dus een echte binnenstedelijke oplossing nodig. De mobiele waterkering beschermt de stad, maar bewaart tegelijk het contact tussen Antwerpen en de Schelde. Dat maakt dit project voor mij een heel mooi onderdeel van het Sigmaplan: dezelfde doelstelling van waterveiligheid, maar vertaald naar de specifieke context van een historische stad.”

Wanneer zal het publiek de waterkering voor het eerst zien werken?

“De uitvoering gebeurt gefaseerd, samen met de verschillende deelprojecten aan de Scheldekaaien. De eerste constructies worden aangebracht aan de Loodswezensite. Daarna schuift het werk stelselmatig op langs de centrumzone. De kering wordt in stukken van enkele tientallen meters geplaatst. Wanneer zo’n eerste deel voor het eerst uit de grond komt, zal dat volgens mij behoorlijk spectaculair zijn. Wij zijn intussen gewend aan het systeem, maar voor veel mensen zal het bijna onwerkelijk lijken dat zo’n lange muur plots uit het openbaar domein omhoogkomt. Wanneer het volledige project is afgewerkt, verwacht ik veel belangstelling uit binnen- en buitenland. Steden overal ter wereld zoeken naar manieren om zich te beschermen zonder zich permanent van hun waterkant af te sluiten.”

Wat betekent dit project persoonlijk voor u?

“Het is heel bijzonder dat onze grootste realisatie zo dicht bij huis ligt. Mijn broer en ik komen uit Schoten. Toen we begonnen na de overstromingen van 2010, hadden we nooit gedacht dat we ooit zo’n bepalend project aan de Antwerpse Scheldekaaien zouden uitvoeren. De kaaien ondergaan een enorme transformatie. Ze evolueren van een gebied met veel verkeer, parkings en restanten van een industrieel verleden naar een publieke ruimte met parken, erfgoed, recreatie en veel meer contact met de Schelde. Het wordt bijna een openluchtmuseum aan het water. Ik kijk ernaar uit om daar later met mijn kleinkinderen te wandelen en te kunnen zeggen dat ik aan die lange, bijna onzichtbare lijn onder onze voeten een klein steentje heb bijgedragen.”

Wat hoopt u dat Antwerpenaren uiteindelijk van de kering merken?

“Op gewone dagen liefst zo weinig mogelijk. Dan moet ze gewoon deel uitmaken van het openbaar domein en alle ruimte laten voor wandelen, fietsen, evenementen en het uitzicht op de Schelde. Maar wanneer het water uitzonderlijk hoog komt, moet ze er staan. Zonder paniek, zonder mensen die nog duizenden zandzakken moeten leggen en zonder twijfel of alle onderdelen op tijd ter plaatse raken. Dat is voor mij de essentie van goede overstromingsbescherming: meestal onzichtbaar, maar volledig betrouwbaar op het moment dat ze nodig is.”

Interviews